ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1743
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestaan overlevering verdachte drugsdelicten aan Belgische autoriteiten
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens handel en bezit van verdovende middelen en psychotrope stoffen in vereniging of bende. De feiten vonden plaats tussen mei en september 2011 in diverse Belgische plaatsen en deels in Nederland.
De verdachte betwistte de volledigheid van de feitomschrijving in het EAB, maar de rechtbank oordeelde dat de omschrijving voldoende duidelijk was en voldeed aan de eisen van de Overleveringswet. De rechtbank stelde vast dat de feiten strafbaar zijn volgens Belgisch en Nederlands recht, en dat de verdachte de Nederlandse nationaliteit bezit, waarbij een terugkeergarantie werd gegeven dat een eventuele straf in Nederland kan worden uitgezeten.
Hoewel de feiten deels in Nederland plaatsvonden, werd op verzoek van de officier van justitie afgezien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro, mede vanwege het belang van een goede rechtsbedeling en de betrokkenheid van Belgische autoriteiten. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en stelde dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor het strafrechtelijk onderzoek.