ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1745
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van Nederlandse verdachte aan Duitse justitie wegens drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 januari 2012 een vordering tot overlevering van een persoon met de Nederlandse nationaliteit aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Leitender Oberstaatsanwalt van Rostock. De verdachte wordt verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een feit opgenomen in de lijst bij de Overleveringswet (OLW).
De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en bevestigde dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit. De Duitse autoriteiten hebben een garantie verstrekt dat, indien de verdachte in Duitsland tot een vrijheidsstraf wordt veroordeeld, zij deze straf in Nederland kan ondergaan conform de overeenkomst inzake overbrenging van gevonniste personen.
De verdediging voerde aan dat de Overleveringswet geen termijn stelt waarbinnen de opgeëiste persoon aan Nederland moet worden teruggeleverd, en verzocht om aanhouding van de zaak om een termijn te laten stellen. Dit verweer werd verworpen. Tevens werd de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro, die overlevering verbiedt bij gedeeltelijke pleegplaats in Nederland, door de officier van justitie gemotiveerd terzijde geschoven wegens het zwaartepunt van het delict in Duitsland.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering aan Duitsland dient plaats te vinden. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor strafrechtelijk onderzoek en vervolging.