ECLI:NL:RBAMS:2012:BV3797
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding juridische kosten na opportuniteitssepot directeur en aandeelhouder
Verzoeker, directeur en aandeelhouder van [X] B.V., verzocht om vergoeding van gemaakte juridische kosten na onvoorwaardelijke sepot van zijn strafzaak. De strafzaak tegen de vennootschap eindigde met een transactie van € 6.000,-. De officier van justitie lichtte toe dat het sepot tegen verzoeker plaatsvond om opportuniteitsredenen.
De rechtbank overwoog dat een onvoorwaardelijk sepot een einde zaak vormt in de zin van artikel 591a Sv, maar dat vergoeding van kosten slechts kan worden toegekend indien billijkheid dit vereist. Gezien de verwevenheid van de zaken en de summiere betrokkenheid van verzoeker bij de vennootschap, achtte de rechtbank het niet billijk om vergoeding toe te kennen.
Het verzoek werd daarom afgewezen. Verzoeker kon tegen deze beschikking binnen een maand hoger beroep instellen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door rechter A.J. Wesdorp op 1 februari 2012.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van juridische kosten wordt afgewezen vanwege opportuniteitssepot.