ECLI:NL:RBAMS:2012:BV3835
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake directe vordering tegen aansprakelijkheidsverzekeraar volgens EEX-Verordening
Eiseres [A] is betrokken geraakt bij een verkeersongeval in Duitsland waarbij zij letsel opliep. Zij vordert schadevergoeding van Rheinland, de Duitse aansprakelijkheidsverzekeraar van de bestuurder [B]. De rechtbank moest in een incident beoordelen of zij bevoegd was kennis te nemen van de vordering.
Rheinland betwistte de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid op grond van de artikelen 1-10 Rv en de EEX-Verordening (EG nr. 44/2001). De rechtbank overwoog dat eiseres woonachtig is in Schotland en Rheinland in Duitsland, beide EU-lidstaten, waardoor de EEX-Verordening van toepassing is.
De rechtbank concludeerde dat noch de algemene regel van woonplaats, noch de bijzondere bevoegdheidsregels voor verzekeringszaken in de EEX-Verordening een grondslag bieden voor Nederlandse rechtsmacht. De domicilie bij de advocaat in Amsterdam creëert geen woonplaats. Ook omstandigheden zoals de Nederlandse nationaliteit en oriëntatie op Nederland leiden niet tot bevoegdheid.
Het schadebrengende feit vond plaats in Duitsland, en hoewel de schadelijke gevolgen zich in Nederland manifesteerden, verandert dit niets aan de rechtsmacht. De rechtbank wees ook de verwijzing naar de Benelux-overeenkomst aansprakelijkheidsverzekering af. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd en veroordeelde eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering en veroordeelt eiseres in de proceskosten.