ECLI:NL:RBAMS:2012:BV7120
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming en weigering overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens drugshandel en valse verklaring
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Duitse autoriteiten. De opgeëiste persoon, een Duitse nationaliteit dragende verdachte, werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen en het afleggen van een valse verklaring.
De rechtbank oordeelde dat de feiten van drugshandel onder de lijst van bijlage 1 van de Overleveringswet vallen, waardoor toetsing van dubbele strafbaarheid achterwege blijft. Voor het feit van valse verklaring, dat niet op de lijst staat, is dubbele strafbaarheid vereist. Dit feit is volgens Nederlands recht niet strafbaar, waardoor overlevering voor dit feit werd geweigerd.
Verder stelde de verdediging dat de opgeëiste persoon met een Nederlander gelijkgesteld moest worden vanwege langdurig rechtmatig verblijf in Nederland. De rechtbank vond echter dat onvoldoende bewijs was geleverd voor onafgebroken rechtmatig verblijf van vijf jaar, zoals vereist volgens artikel 6, vijfde lid, van de Overleveringswet.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel, omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond en de feiten niet verjaard waren. De overlevering werd toegestaan voor de drugshandel-feiten en geweigerd voor het feit van valse verklaring. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Overlevering wordt toegestaan voor drie drugshandelsfeiten en geweigerd voor het feit van valse verklaring wegens ontbreken dubbele strafbaarheid en onvoldoende rechtmatig verblijf.