ECLI:NL:RBAMS:2012:BV7903
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunningen coffeeshops wegens slecht levensgedrag vennoot
De burgemeester van Amsterdam trok de exploitatievergunningen en gedoogverklaringen in van drie coffeeshops, geëxploiteerd door een vennootschap waarvan een vennoot wordt verdacht van internationale handel in verdovende middelen. Verzoekers, waaronder de vennootschap en een medevennoot, stelden dat de verdenkingen onvoldoende waren vastgesteld, dat de onschuldpresumptie werd geschonden en dat de intrekking disproportioneel was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestuursorgaan zich mocht baseren op een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal dat de verdenkingen voldoende aannemelijk maakte. Het bestuursorgaan mocht de vergunningen intrekken op grond van slecht levensgedrag van een van de vennoten, ook al was de andere vennoot onbesproken. De intrekking was gericht op bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat en niet op strafrechtelijke bestraffing.
Verder was het opleggen van bestuursdwang om de exploitatie te staken gerechtvaardigd, en de begunstigingstermijn van twee weken werd niet als te kort beoordeeld. Het schrappen van de coffeeshops van de gedooglijst werd niet als een besluit in de zin van de Awb aangemerkt. De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van de openbare orde zwaarder woog dan het belang van verzoekers bij voortzetting van de exploitatie en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunningen werd afgewezen.