ECLI:NL:RBAMS:2012:BV8488
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid notaris voor nalatigheid bij hypotheekakte en uitbetaling geleende gelden
De zaak betreft de aansprakelijkheid van notaris [B] jegens [A], die door haar zoon [C] via een volmacht een hypothecaire geldlening liet aangaan. Notaris [B] passeerde de hypotheekakte en betaalde het geleende bedrag grotendeels uit aan [C] en aan hem gelieerde partijen, zonder voldoende verificatie bij [A].
[A] stelt dat notaris [B] nalatig was door niet te twijfelen aan het gebruik van de volmacht en geen onderzoek te doen naar de rechtsgrond van de uitbetaling, terwijl duidelijk was dat de gelden niet ten behoeve van [A] werden aangewend. Notaris [B] voert verweer en beroept zich onder meer op tijdigheid van klacht en op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [C].
De rechtbank oordeelt dat notaris [B] in beginsel mocht uitgaan van de volmacht, maar dat hij ten onrechte vertrouwen heeft ontleend aan een telefonisch contact met [A] en aan informatie van een derde ([F]). Er waren voldoende omstandigheden die tot twijfel hadden moeten leiden, waardoor nader onderzoek op zijn plaats was geweest. Het beroep op artikel 6:172 BW Pro faalt omdat [C] misbruik maakte van de volmacht.
De rechtbank wijst het beroep op artikel 6:89 BW Pro af wegens onvoldoende onderbouwing van schade door late klacht. De omvang van de schadevergoeding wordt aangehouden. Eigen schuld van [A] wordt verworpen. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken van notaris [B] en antwoord van [A].
Uitkomst: Notaris is mogelijk aansprakelijk wegens nalatigheid, beslissing over schadevergoeding wordt aangehouden.