ECLI:NL:RBAMS:2012:BV8675
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte aan Frankrijk op grond van Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 maart 2012 een vordering tot overlevering van een verdachte aan Frankrijk op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Procureur de la République te Verdun. De verdachte, Frans staatsburger zonder vaste verblijfplaats in Nederland, wordt verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een feit opgenomen in de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet (OLW).
De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en de inhoud van het EAB, dat betrekking had op vijf strafbare feiten volgens het Franse recht. Hoewel de verdediging een weigeringsgrond aanvoerde op grond van artikel 13 OLW Pro omdat de feiten deels op Nederlands grondgebied zouden zijn gepleegd, oordeelde de rechtbank dat de vervolging in Nederland was gestaakt en overgedragen aan Frankrijk, waar een lopende vervolging plaatsvindt.
De rechtbank wees de vordering tot afgifte van in beslag genomen voorwerpen, zoals mobiele telefoons en identiteitsdocumenten, af vanwege onvoldoende bewijs dat deze in het bezit van de verdachte waren en het ontbreken van een overdracht aan de officier van justitie. De overlevering zelf werd toegestaan omdat aan alle wettelijke vereisten was voldaan en er geen geldige weigeringsgronden waren.
De uitspraak werd gedaan door mr. C.W. Bianchi, mrs. C.F. de Lemos Benvindo en J.W. Vriethoff, waarbij tevens werd vastgesteld dat tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Frankrijk toe en weigert de afgifte van in beslag genomen voorwerpen.