ECLI:NL:RBAMS:2012:BV8713
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid vaststelling ingezetenschap bij beëindiging persoonsgebonden budget AWBZ
Eisers, beiden met meerdere handicaps en in het buitenland verblijvend, ontvingen een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de AWBZ. Verweerder beëindigde hun pgb met het argument dat zij geen ingezetenen van Nederland meer zijn. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde echter vast dat eisers nog wel ingezetenen zijn.
De rechtbank onderzocht de bevoegdheid tot vaststelling van ingezetenschap en oordeelde dat artikel 5c van de AWBZ, ingevoerd per 15 maart 2011, de Svb exclusief deze bevoegdheid geeft. De lagere ministeriële regeling (Rsa) waarop verweerder zich beroept, is niet verenigbaar met deze wet en kan niet als lex specialis gelden.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en herzieningsbesluiten en herroept de primaire besluiten. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Verzoeken om schadevergoeding en vergoeding van reis- en verletkosten worden afgewezen wegens gebrek aan grondslag en belanghebbende status.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot beëindiging van het pgb wegens verblijf in het buitenland en herroept de primaire besluiten.