ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9571
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gift en legitimaire portie bij overdracht vermogen tegen lijfrente
Erflaatster heeft bij testament haar jongste zoon als enig erfgenaam benoemd, met een bepaling dat bij een beroep op de legitieme portie door de oudste zoon, deze laatste erfgenaam wordt voor zijn legitieme breukdeel volgens het oude erfrecht. De oudste zoon vordert betaling van een bedrag dat hij baseert op de legitieme portie, vermeerderd met schenkingen en een gift die hij ziet in de overdracht van vermogen aan de jongste zoon tegen betaling van een levenslange lijfrente.
De rechtbank stelt vast dat de legitieme portie moet worden berekend volgens het oude erfrecht zoals bedoeld in het testament. De overdracht van vier verhuurde woningen en ander vermogen aan de jongste zoon tegen lijfrente wordt beoordeeld. Hoewel de tegenprestatie een levenslange lijfrente betreft, oordeelt de rechtbank dat de huuropbrengsten uit de woningen de zoon in staat stelden de lijfrente te voldoen, waardoor de tegenprestatie niet opweegt tegen de waarde van het overgedragen vermogen. Dit leidt tot de conclusie dat sprake is van een gift.
Verder worden diverse schenkingen en de waarde van levensverzekeringspolissen aan de jongste zoon bij de legitimaire massa betrokken. Het verweer dat er een morele onderhoudsverplichting bestond wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank beveelt verdeling van de nalatenschap, inclusief de inboedel, en wijst de vorderingen tot incassokosten en proceskosten af, waarbij de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de overdracht van vermogen aan de zoon tegen lijfrente een gift is en kent de eiser een legitieme portie van 2/9 toe van de legitimaire massa.