ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9847
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tekortschieten onderaannemer jegens hoofdaannemer onrechtmatig jegens hoofdopdrachtgever bij lekkage door gebrekkige DPC-folie
In deze civiele zaak tussen bouwbedrijf [A] B.V. en Bemog Projektontwikkeling Almere B.V. staat centraal of [A] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Bemog door tekortschieten in de uitvoering van metselwerk, waarbij gebrekkige of ontbrekende waterkerende DPC-folie lekkages veroorzaakte.
Bemog stelt dat [A] niet heeft gewaarschuwd voor fouten van derden bij het aanbrengen van DPC-folie en zelf uitvoeringsfouten heeft gemaakt, wat heeft geleid tot lekkages en herstelkosten. [A] betwist dit deels, maar erkent onvoldoende de omvang van de lekkageproblematiek en betwist niet dat lekkages mede zijn veroorzaakt door haar werkzaamheden.
De rechtbank oordeelt dat [A] haar waarschuwingsplicht jegens zowel hoofdaannemer [B] als Bemog heeft geschonden, waardoor sprake is van onrechtmatig handelen jegens Bemog. Ook is vastgesteld dat [A] uitvoeringsfouten heeft gemaakt. De vorderingen van Bemog tot schadevergoeding en herstel worden toegewezen, met een gematigde dwangsom voor niet-naleving. De kosten van het geding worden gecompenseerd.
Uitkomst: Onder aannemer [A] is veroordeeld tot herstel van lekkageschade en betaling aan Bemog, terwijl Bemog een deel van de vordering aan [A] moet betalen.