ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0086
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering op grond van ne bis in idem bij Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 maart 2012 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon werd verdacht van betrokkenheid bij het transport van bijna 1 kilogram heroïne, verstopt in een auto, van Nederland naar Duitsland.
De rechtbank stelde vast dat de opgeëiste persoon op 27 mei 2011 door de rechtbank ’s-Gravenhage was vrijgesproken van dezelfde feiten waarvoor Duitsland zijn overlevering verzocht. Dit betrof de periode van juni tot november 2010 en handelingen met betrekking tot heroïne en/of cocaïne in Nederland.
De officier van justitie kon het Nederlandse strafdossier niet overleggen, maar de rechtbank achtte het aannemelijk dat het Duitse strafrechtelijk onderzoek betrekking had op hetzelfde feit als het Nederlandse. Op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder d, van de Overleveringswet (OLW) werd de overlevering geweigerd vanwege het ne bis in idem-beginsel.
De rechtbank wees de vordering tot overlevering af en bepaalde dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland wegens toepassing van het ne bis in idem-beginsel.