ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0644
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Vriethoff
- W.H. van Benthem
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Openbaar Ministerie te Stuttgart. De opgeëiste persoon wordt verdacht van drie strafbare feiten, waaronder illegale handel in verdovende middelen. De verdediging verzocht om kwalificatie van het feitencomplex naar Nederlands recht, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de Overleveringswet onderzoek naar dubbele strafbaarheid uitsluit bij lijstfeiten.
De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de formele eisen en dat de specialiteit gewaarborgd is. Hoewel een deel van de strafbare handelingen in Nederland heeft plaatsgevonden, namelijk de aankoop van verdovende middelen voor transport naar Duitsland, is het merendeel van het bewijs en het onderzoek in Duitsland. De rechtbank oordeelde dat de overlevering aan Duitsland passend is en dat de weigeringsgrond op grond van artikel 13, eerste lid, onder a, OLW achterwege kan blijven.
De rechtbank concludeerde dat de overlevering aan de Duitse autoriteiten moet worden toegestaan omdat het belang van een goede rechtsbedeling dit vereist en er geen andere weigeringsgronden spelen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar drugshandel.