ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0684
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging gesloten jeugdzorg en onrechtmatige vrijheidsbeneming minderjarige
De zaak betreft een verzoek van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) tot machtiging gesloten jeugdzorg voor een minderjarige met complexe problematiek en een disfunctionele thuissituatie. De rechtbank stelt vast dat de machtiging gesloten jeugdzorg verleend op 2 november 2011 pas na drie maanden, op 14 februari 2012, ten uitvoer is gelegd. Dit leidt tot verval van de machtiging op grond van artikel 1:262 lid 3 BW Pro en onrechtmatige vrijheidsbeneming van de minderjarige.
De kinderrechter trekt de op 21 februari 2012 verleende voorlopige machtiging in en wijst het spoedverzoek af, omdat er geen sprake was van spoed en de plaatsing in de Koppeling tijdelijk en niet geschikt is. De ouders en de minderjarige werken mee aan de hulpverlening en de thuissituatie is verbeterd, maar de minderjarige heeft ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.
De rechtbank verleent een nieuwe machtiging gesloten jeugdzorg voor acht weken vanaf 5 maart 2012, onder voorwaarde van intensieve samenwerking met de psychiater van de Koppeling om een rapport op te stellen en het vinden van een geschikte vervolgplek. De behandeling van het resterende verzoek wordt aangehouden en zal in een volgende zitting met gesloten deuren worden voortgezet.
Uitkomst: De voorlopige machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg wordt ingetrokken en een nieuwe machtiging verleend voor acht weken met voorwaarden.