ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0708
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering en intrekking horecavergunning wegens ernstig gevaar witwassen en drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van de curator van de failliete besloten vennootschap [C] tegen besluiten van de burgemeester en het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Centrum. Deze besluiten betroffen de intrekking van een reeds verleende exploitatievergunning en de weigering van aangevraagde exploitatie- en drank- en horecavergunningen op grond van de Wet Bibob en de Drank- en Horecawet.
De aanleiding was de betrokkenheid van [P], een persoon met een strafrechtelijke veroordeling wegens drugshandel en witwassen, die gedurende een periode leiding gaf en zeggenschap had over [C]. Ondanks dat [P] formeel afstand deed van zijn aandelen en bestuurdersfunctie, bleef hij volgens de rechtbank nauw betrokken en had hij feitelijke zeggenschap.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende feiten en omstandigheden waren die een ernstig gevaar aannemelijk maakten dat de vergunningen mede zouden worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen voordelen te benutten en om strafbare feiten te plegen. De belangen van het algemeen belang bij het voorkomen van witwassen en drugshandel wogen zwaarder dan de belangen van [C].
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en bevestigde zij de intrekking en weigering van de vergunningen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking en weigering van de horecavergunningen wegens ernstig gevaar van gebruik voor witwassen en drugshandel.