ECLI:NL:RBAMS:2012:BW1239
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige gevaarzetting door hockeyveld in achtertuin met gebod tot verplaatsing hockeydoel
In deze zaak staat een burenconflict centraal waarbij eisers bezwaar maken tegen het hockeyveld in de achtertuin van gedaagden. Het geschil betreft met name het risico dat hockeyballen overvliegen naar de tuin van eisers en mogelijk letsel veroorzaken. De rechtbank stelt vast dat in drie jaar tijd zeventien hockeyballen in de tuin van eisers zijn beland, ondanks de aanwezigheid van een hek en een bomenrij.
De rechtbank beoordeelt dat dit risico een onrechtmatige gevaarzetting oplevert in de zin van artikel 6:162 BW Pro. De rechtbank wijst het primair gevorderde algehele hockeyverbod af, maar legt een gebod op om het hockeydoel binnen zeven dagen na betekening naar de overzijde van het hockeyveld te verplaatsen, waardoor de speelrichting wijzigt en het risico wordt weggenomen. Dit gebod wordt gekoppeld aan een dwangsom.
Ten aanzien van de geluidshinder door het slaan van hockeyballen tegen het doel oordeelt de rechtbank dat deze geluiden, hoewel hoorbaar en harder dan het overige hockeyspel, niet onrechtmatig zijn. De hinder overschrijdt de grenzen van het toelaatbare niet, mede omdat het geluid niet continu is en de tuin minder intensief wordt gebruikt dan de woning.
De rechtbank wijst het meer of anders gevorderde af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden bevolen het hockeydoel binnen zeven dagen naar de overzijde van het veld te verplaatsen om gevaarzetting te voorkomen, met dwangsom bij niet-naleving.