ECLI:NL:RBAMS:2012:BW1279
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging van gevangenhouding in uitleveringszaak Kroatië
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de gevangenhouding van een persoon van Kroatische nationaliteit die zich in Nederland bevindt en wordt uitgezet naar Kroatië op grond van een uitleveringsverzoek. De rechtbank heeft eerder de uitlevering toelaatbaar verklaard en de persoon bevindt zich in uitleveringsdetentie.
De officier van justitie vordert verlenging van de gevangenhouding vanwege een tweede uitleveringsverzoek van Kroatische autoriteiten, maar het aanhoudingsbevel voor dit tweede verzoek is nog niet voorhanden. De verdediging betoogt dat de huidige detentietitel niet kan worden gebruikt voor het tweede verzoek en dat een nieuwe uitleveringsdetentie moet worden bevolen.
De rechtbank oordeelt dat de situatie niet onder artikel 38 lid 3 sub d van Pro de Uitleveringswet valt en dat uitstel van uitlevering op grond van artikel 39 lid 2 alleen Pro mogelijk is bij strafrechtelijke vervolging in Nederland. De rechtbank ziet geen aanleiding voor analoge toepassing van artikel 38 lid 3 sub Pro c. Het verzoek tot verlenging wordt afgewezen, maar onmiddellijke vrijlating is niet noodzakelijk.
De beslissing is genomen in raadkamer op 6 april 2012 door rechter J.W. Vriethoff.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de gevangenhouding van de opgeëiste persoon wordt afgewezen.