ECLI:NL:RBAMS:2012:BW1982
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende ernstige bezwaren liquidatiezaken
De verdediging van verdachte verzocht op 21 februari en 26 maart 2012 om opheffing van de voorlopige hechtenis, stellende dat ernstige bezwaren ontbreken voor liquidatiezaken en leidinggeven aan een criminele organisatie gericht op liquidaties. Het openbaar ministerie verzette zich hiertegen, stellende dat de ernstige bezwaren onverminderd aanwezig zijn.
De rechtbank overwoog dat de kern van de bezwaren tegen verdachte in de liquidatiezaken rust op verklaringen van een kroongetuige en een anonieme bedreigde getuige, die grotendeels op horen zeggen berusten en met beperkingen in toetsbaarheid. Daarnaast bevat het dossier verklaringen en communicatie die speculatief zijn en onvoldoende substantieel ondersteunend materiaal bieden voor betrokkenheid van verdachte bij liquidaties.
De rechtbank concludeerde dat de bezwaren in deze zaken niet toereikend zijn om de voorlopige hechtenis te handhaven en besloot deze op te heffen. Voor de overige feiten, zoals witwassen van ruim 25.000 euro en bezit van valse paspoorten, zijn volgens de rechtbank nog wel voldoende ernstige bezwaren aanwezig, zodat de voorlopige hechtenis daarvoor blijft gehandhaafd.
De rechtbank benadrukte dat zij zich niet heeft uitgesproken over de rechtmatigheid van de deal met de kroongetuige, noch over de getuigenbeschermingsperikelen, en dat zij pas bij het eindvonnis zal oordelen over de geloofwaardigheid van de verklaringen. Gezien de langdurige duur van het voorarrest en het ontbreken van aanvullend bezwarend materiaal achtte de rechtbank voortzetting van de voorlopige hechtenis niet langer gerechtvaardigd.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis wordt opgeheven voor de liquidatiezaken, maar gehandhaafd voor witwassen en bezit van valse paspoorten.