ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4415
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid van switchafspraken onder lijfrentepolis wegens strijd met forward pricing principe
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of Nationale Nederlanden gebonden blijft aan de in 1998 gemaakte afspraak dat switchorders voor beleggingsfondsen onder een lijfrentepolis op basis van de slotkoersen van dezelfde dag worden afgehandeld.
De rechtbank stelt vast dat deze afspraak leidt tot een kennisvoorsprong voor de polishouder, omdat switchorders tot 15 uur na sluiting van de beurzen in het Verre Oosten nog tegen de slotkoersen van die dag kunnen worden afgehandeld, terwijl de polishouder al kennis heeft van latere koersontwikkelingen op Europese en Amerikaanse beurzen. Dit is in strijd met het internationaal breed gedragen forward pricing principe dat orders moeten worden afgehandeld op basis van koersen die na het moment van orderplaatsing tot stand komen.
Nationale Nederlanden heeft dit nieuwe beleid per 1 maart 2009 ingevoerd, waarbij switchorders na cut-off tijden worden afgehandeld tegen koersen van de volgende handelsdag. De rechtbank oordeelt dat het forward pricing principe een in Nederland levende rechtsovertuiging vormt en dat het onaanvaardbaar is dat Nationale Nederlanden na 1 maart 2009 nog gebonden zou zijn aan de oude afspraak.
De vorderingen van de eiser worden afgewezen en Nationale Nederlanden wordt in het gelijk gesteld, met veroordeling van de eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en verklaart dat Nationale Nederlanden gerechtigd is haar nieuwe switchbeleid toe te passen.