ECLI:NL:RBAMS:2012:BW5473
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Procesbelang bij voorlopige jaarafrekening Zvw-buitenlandbijdrage na definitieve vaststelling
Eiseres, woonachtig in Frankrijk en ontvanger van een Nederlands AOW-pensioen, had bezwaar gemaakt tegen de voorlopige jaarafrekening 2008 van de Zvw-buitenlandbijdrage. Verweerder stelde dat het beroep tegen de voorlopige jaarafrekening geen procesbelang meer had omdat de definitieve jaarafrekening inmiddels was vastgesteld. De rechtbank oordeelde echter dat procesbelang blijft bestaan, ook na vaststelling van de definitieve jaarafrekening, omdat een rechterlijk oordeel over de voorlopige jaarafrekening gevolgen kan hebben voor de definitieve afrekening en omdat uit de voorlopige jaarafrekening betalingsverplichtingen voortvloeien.
De rechtbank overwoog dat de woonlandfactor in de regeling Zvw passend is en niet in strijd met Europese regelgeving of het gelijkheidsbeginsel. Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder bij de voorlopige vaststelling van de bijdrage was uitgegaan van een te hoog inkomen dan het door de Belastingdienst vastgestelde wereldinkomen. Verweerder had bij de beslissing op bezwaar de toen bekende inkomensgegevens moeten betrekken, wat niet was gebeurd.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste inkomensgegevens. Tevens werd verweerder verplicht het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. De rechtbank zag geen mogelijkheid om het geschil definitief te beslechten in deze procedure.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege het niet betrekken van juiste inkomensgegevens bij de voorlopige jaarafrekening.