ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6423
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank Amsterdam in aandeelhoudersvorderingen tegen Ageas en verbonden partijen
De Vereniging VEB heeft vorderingen ingesteld tegen Ageas N.V., Ageas SA/NV (voorheen Fortis), hun voormalige bestuurders en diverse banken wegens misleidende informatie in een prospectus en daaropvolgende communicatie. De rechtbank Amsterdam oordeelt dat zij bevoegd is om kennis te nemen van deze vorderingen, mede op grond van artikel 6 sub Pro 1 EEX-Verordening, omdat er een nauwe band bestaat tussen de vorderingen tegen de in Nederland gevestigde en buitenlandse gedaagden.
De rechtbank wijst de verzoeken tot aanhouding van de procedure af, ondanks lopende en geschorste procedures in België, vanwege onzekerheid over de voortgang en het belang van een tijdige behandeling conform artikel 6 EVRM Pro. Ook wordt een verzoek tot tussentijds hoger beroep afgewezen.
Daarnaast staat de rechtbank toe dat bepaalde gedaagden Ageas N.V., Ageas SA/NV en Merrill Lynch in vrijwaring oproepen. De kosten van de incidenten worden verdeeld over de in het ongelijk gestelde partijen. De hoofdzaak wordt verwezen naar een latere rol voor verdere behandeling.
Deze uitspraak bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in grensoverschrijdende aandeelhoudersgeschillen met nauwe samenhang, ondanks parallelle procedures in andere lidstaten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd, wijst verzoeken tot aanhouding af en staat vrijwaring toe.