ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6578
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor onrechtmatige overleveringsdetentie na intrekking verzoek
Verzoeker werd op 6 februari 2011 in bewaring gesteld op grond van een overleveringsverzoek van de Poolse autoriteiten vanwege een voorwaardelijk opgelegd vonnis. Na diverse afwijzingen van schorsingsverzoeken door de Nederlandse rechtbank, besloot de Poolse rechtbank op 31 maart 2011 de tenuitvoerlegging op te schorten. Vervolgens trok Polen het overleveringsverzoek op 15 april 2011 in.
De rechtbank verklaarde verzoeker ontvankelijk en oordeelde dat, hoewel de overlevering niet door de Nederlandse rechter was geweigerd, de intrekking van het verzoek en de opschorting door de Poolse rechtbank ertoe leidden dat de overlevering zeker geweigerd zou zijn geweest. Daarom waren gronden van billijkheid aanwezig om schadevergoeding toe te kennen voor de 2 dagen op het politiebureau en 75 dagen in een huis van bewaring.
De rechtbank kende een vergoeding toe van €105 per dag op het politiebureau en €80 per dag in de huis van bewaring, plus €6.210,- voor de schade, €377,04 voor kosten van rechtsbijstand en €540,- voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. Tevens werd wettelijke rente toegekend vanaf veertien dagen na onherroepelijkheid van de beschikking.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €7.127,04 voor onrechtmatige overleveringsdetentie en kosten.