ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6700
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Biller
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in zaak beleggingsfraude tegen ABN AMRO
Verzoekers, waaronder particulieren en een beheermaatschappij, stellen slachtoffer te zijn van beleggingsfraude gepleegd door de overleden heer A, die zonder vergunning beleggingen zou hebben aangenomen via rekeningen bij ABN AMRO. Zij willen een voorlopig getuigenverhoor gelasten om bewijs te verzamelen over de rol van ABN AMRO en de aard van onregelmatige kastransacties bij het filiaal in Deurne.
ABN AMRO verzette zich tegen het verzoek, onder meer vanwege het ontbreken van namen en woonplaatsen van getuigen in het verzoekschrift en het belang van privacy en geheimhouding. De rechtbank oordeelde echter dat verzoekers voldoende belang hebben en dat het verzoek niet neerkomt op een 'fishing expedition'. De bank werd bevolen binnen twee weken de namen en woonplaatsen van de getuigen te verstrekken.
De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde dat de zaak wordt aangehouden tot 14 juni 2012 om de planning van het getuigenverhoor mogelijk te maken. Tevens werd een rechter-commissaris benoemd. De beslissing benadrukt het belang van goede procesorde en het voorkomen van frustratie van de rechtsgang door weigering van ABN AMRO om relevante gegevens te verstrekken.
Uitkomst: Het verzoek tot gelasten van een voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen en ABN AMRO wordt bevolen namen en woonplaatsen van getuigen te verstrekken.