ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6781
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vertrouwensbreuk na verdenking handel met voorkennis
De werknemer was sinds 2007 in dienst bij ABN-Amro als Hoofd Acquisitie Preferred Banking en stond onder verdenking van handel met voorkennis in aandelen, een strafbaar en werkgerelateerd feit. Na zijn aanhouding door de FIOD en een onderzoek door de afdeling Security & Intelligence Management (SIM) van de bank, werd hij geschorst en verzocht om volledige medewerking.
Hoewel de verdenking niet onomstotelijk was vastgesteld en de werknemer ontkende met voorkennis te hebben gehandeld, weigerde hij voldoende openheid te geven over zijn handelen en relatie met een collega. Dit leidde tot een vertrouwensbreuk tussen werkgever en werknemer.
De kantonrechter oordeelt dat ondanks het ontbreken van een dringende reden voor ontslag op staande voet, de ernstige verdenking en het gebrek aan openheid een zodanige verandering van omstandigheden vormen dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst billijk is. Er wordt geen vergoeding toegekend omdat de situatie in de risicosfeer van de werknemer valt.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2012 en elk draagt zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens vertrouwensbreuk zonder toekenning van vergoeding.