ECLI:NL:RBAMS:2012:BW7136
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing dwangakkoord ondanks weigering grootste schuldeiser wegens gebrek aan kwader trouw
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van een alleenstaande ondernemer tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet. De verzoekster bood haar schuldeisers een schuldregeling aan waarbij 9,25% van de concurrente vorderingen en 18,50% van de preferente vordering werd betaald. De grootste schuldeiser, IDM, vertegenwoordigde 77,52% van de schuldenlast en weigerde haar instemming vanwege vermeende kwader trouw bij het aangaan van het krediet.
De rechtbank oordeelde dat IDM geen redelijke grond had om de instemming te weigeren, aangezien het akkoord gunstiger was dan de alternatieve wettelijke schuldsaneringsregeling en er geen bewijs was van kwader trouw van verzoekster. IDM had bovendien geen belang bij weigering, terwijl verzoekster en overige schuldeisers wel gebaat waren bij aanvaarding.
Daarom werd IDM bevolen in te stemmen met de schuldregeling en kreeg het dwangakkoord dezelfde kracht als instemming van IDM. Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd daarmee vervallen verklaard. De kosten werden aan IDM opgelegd, terwijl verzoekster geen kosten werd toegerekend.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord toegewezen en IDM bevolen in te stemmen met schuldregeling.