ECLI:NL:RBAMS:2012:BW7173
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering tot betaling advocaatkosten wegens ontbreken tijdige stuiting
De heer [A] van [A] Advokaten heeft in de periode mei tot oktober 2005 juridische werkzaamheden verricht voor [B]. Op 30 december 2005 stuurde hij een declaratie en specificatie van werkzaamheden, maar betaling bleef uit. [A] c.s. vorderden betaling van €4.539,61 plus rente en kosten.
[B] voerde verweer met het beroep op verjaring van de vordering. De rechtbank overwoog dat de verjaringstermijn van vijf jaar aanvangt op de dag na opeisbaarheid van de vordering. Omdat geen tijd voor nakoming was bepaald, was de vordering direct na de werkzaamheden opeisbaar, dus uiterlijk oktober 2005.
De vraag was of de verjaringstermijn tijdig was gestuit. Stuiting vereist een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt. De brief van 18 november 2010 van [A] aan [B] bevatte slechts een constatering van niet-betaling en geen ondubbelzinnige stuiting.
De rechtbank oordeelde dat de verjaring niet tijdig was gestuit en dat de vordering daarom was verjaard. De vordering werd afgewezen en [A] c.s. werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van advocaatkosten is afgewezen wegens bevrijdende verjaring.