ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8553
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen en weigering urgentieverklaring WMO
Verzoekster, die vanwege huiselijk geweld uit haar woonplaats was vertrokken en met haar drie kinderen tijdelijk elders verbleef, diende een aanvraag in voor maatschappelijke opvang en vroeg om een urgentieverklaring om in Amsterdam te kunnen blijven wonen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen prematuur was omdat de redelijke beslistermijn van acht weken nog niet was verstreken. Ook was er geen sprake van een schrijnende situatie die een versnelde beslissing vereiste. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Daarnaast werd het bezwaar tegen de weigering van de urgentieverklaring ongegrond verklaard omdat verzoekster niet voldeed aan de beleidsvoorwaarde van minimaal twee jaar verblijf in Amsterdam. De voorzieningenrechter benadrukte de beleidsvrijheid van het college en het belang van een eerlijke verdeling van schaarse woonruimte.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. de Rooij op 27 april 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en de verzoeken tot voorlopige voorziening zijn afgewezen.