ECLI:NL:RBAMS:2012:BW9108
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning spreekrecht aan ouders van zeer jeugdige slachtoffers van kinderpornografie
In deze strafzaak heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld over de uitoefening van het spreekrecht door ouders van zeer jonge slachtoffers. Hierbij ging het om kinderen die slachtoffer zijn van misbruik en/of voorkomen op kinderpornografisch materiaal dat in het bezit was van de verdachten. De rechtbank besloot dat ouders namens hun kinderen het spreekrecht mogen uitoefenen wanneer de kinderen zelf niet in staat zijn dit te doen vanwege hun jeugdige leeftijd.
De rechtbank baseerde haar beslissing op een extensieve interpretatie van artikel 51e Sv, waarbij zij rekening hield met de maatschappelijke wenselijkheid en de ontwikkeling van de positie van slachtoffers in het strafproces. De rechtbank stelde vast dat het bezit van kinderpornografisch materiaal waarop een kind voorkomt, rechtstreekse schade kan veroorzaken, zoals gevoelens van schuld en schaamte.
De verdediging voerde aan dat de wet geen ruimte biedt voor spreekrecht voor ouders en dat dit in strijd zou zijn met internationale regelgeving en een arrest van de Hoge Raad. De rechtbank verwierp deze bezwaren en stelde dat de extensieve uitleg niet in strijd is met de rechten van de verdachte, internationale regelgeving of de wetsgeschiedenis.
De rechtbank besloot dat één van de ouders namens het kind het spreekrecht mag uitoefenen, waarbij ook de gevolgen voor het gezin kunnen worden betrokken. De uitoefening van het spreekrecht zal achter gesloten deuren plaatsvinden. Deze beslissing sluit aan bij een wetsvoorstel dat inmiddels door de Tweede Kamer is aanvaard en beoogt de positie van minderjarige slachtoffers te versterken.
Uitkomst: Ouders mogen namens zeer jonge slachtoffers het spreekrecht uitoefenen over de gevolgen van kindermisbruik en kinderpornografie.