ECLI:NL:RBAMS:2012:BW9852
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.H. Waller
- Th. P.J. de Graaf
- S.E. Reichert
- Rechtspraak.nl
Noodbevel burgemeester Amsterdam aan FC Utrecht supporters wegens discriminerende spreekkoren
Op 28 februari 2010 gaf de burgemeester van Amsterdam een noodbevel aan ongeveer 650 supporters van FC Utrecht die na het verlaten van de trein in Amsterdam discriminerende spreekkoren hadden aangeheven. Het bevel hield in dat zij Amsterdam moesten verlaten en met de trein terugkeren naar Utrecht, waarbij de Mobiele Eenheid (ME) werd ingezet.
De supportersvereniging en FC Utrecht BV stelden dat het noodbevel onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een wettelijke basis, het niet vooraf communiceren van gevolgen, en het schenden van subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginselen. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester op grond van artikel 175 van Pro de Gemeentewet bevoegd was het noodbevel te geven vanwege ernstige vrees voor ernstige wanordelijkheden.
De rechtbank stelde vast dat minder ingrijpende maatregelen niet toereikend waren, mede gezien eerdere incidenten en het falen van stewards om de orde te handhaven. Het terugsturen van alle supporters was proportioneel omdat isoleren van de ordeverstoorders niet mogelijk was. Tevens was er voldoende waarschuwing vooraf en tijdens het incident.
De rechtbank verklaarde het beroep van de supportersvereniging en FC Utrecht BV gegrond wegens gebrek aan belanghebbendheid, maar wees het beroep van 111 individuele supporters af. Er werd geen schadevergoeding toegekend omdat het beroep ongegrond was. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het noodbevel en het optreden van de burgemeester.
Uitkomst: Het noodbevel van de burgemeester aan FC Utrecht supporters was rechtmatig en het beroep van de individuele supporters werd afgewezen.