ECLI:NL:RBAMS:2012:BX0197
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst korte duur wegens dringend eigen gebruik en onzelfstandigheid woonruimte
De zaak betreft een geschil over een huurovereenkomst tussen [eiseres], eigenaresse van een pand in Amsterdam, en [gedaagde], die sinds oktober 2009 een ruimte op de begane grond huurt. De huurovereenkomst was aangegaan voor een korte periode met mogelijkheid tot verlenging, waarbij verhuurder het recht had de overeenkomst tussentijds op te zeggen wegens dringend eigen gebruik.
De rechtbank stelt vast dat het pand officieel als één woning is geregistreerd en bouwkundig één eenheid vormt, waardoor de gehuurde ruimte onzelfstandig is. De huurovereenkomst is volgens de rechtbank te kwalificeren als een overeenkomst van korte duur, mede vanwege de noodsituatie van [gedaagde] en de afspraken dat zij uiterlijk 1 juli 2010 zou vertrekken.
[gedaagde] kon de overeengekomen huur niet betalen en heeft een verzoek ingediend bij de Huurcommissie, die de huurprijs aanzienlijk verlaagde. De rechtbank oordeelt dat de Huurcommissie het verzoek niet had mogen behandelen na het einde van de huurovereenkomst. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen en [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding over de periode na het einde van de overeenkomst. De vordering tot huurprijsaanpassing wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden per 30 juni 2010 en ontruiming wordt toegewezen met betaling van gebruiksvergoeding na die datum.