ECLI:NL:RBAMS:2012:BX1537
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging achtergestelde leningsovereenkomsten DSB Bank wegens dwaling en onvoldoende informatieverstrekking
De rechtbank Amsterdam heeft op 11 juli 2012 geoordeeld over de vernietiging van twee achtergestelde leningsovereenkomsten tussen een particuliere consument en DSB Bank. De consument had zich beroepen op ontbinding wegens dwaling en schending van informatieplicht. De leningsovereenkomsten betroffen achtergestelde deposito's met een looptijd van 5 en 10 jaar en een rente van 7% respectievelijk 7,5%.
De rechtbank oordeelde dat de consument voldoende was geïnformeerd over de werking en kenmerken van de achtergestelde lening, waaronder de achterstelling bij faillissement. Het beroep op ontbinding op grond van artikel 4:28 Wft Pro werd afgewezen omdat dit misbruik van recht betrof: de consument wilde enkel aan de achterstelling ontkomen, terwijl deze risico's bekend waren.
Wel werd geoordeeld dat DSB Bank onvoldoende had geïnformeerd over de financiële positie van de bank en het feit dat zij sinds 27 september 2007 onder verhoogd toezicht van De Nederlandsche Bank stond. Dit was essentiële informatie voor de consument om het risico van faillissement in te schatten. Door dit na te laten en slechts te vermelden dat DSB onder toezicht stond, gaf DSB een onjuist beeld.
De rechtbank vernietigde daarom de overeenkomsten wegens dwaling en bepaalde dat de consument recht had op terugbetaling van het ingelegde bedrag minus ontvangen rente, verminderd met het bedrag dat reeds was uitgekeerd onder het depositogarantiestelsel. De consument werd toegelaten als concurrente schuldeiser in het faillissement van DSB Bank. Curatoren werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de achtergestelde leningsovereenkomsten wegens dwaling en laat de consument toe als concurrente schuldeiser in het faillissement van DSB Bank.