ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3188
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Versnelde afbouw ID-loonkostensubsidie onredelijk korte termijn voor onderwijsinstellingen
De gemeente Amsterdam heeft de ID-loonkostensubsidie voor onderwijsinstellingen met ingang van 1 januari 2012 met 40% verlaagd, waarbij een termijn van ruim vijf maanden werd gehanteerd tussen de kennisgeving en de ingangsdatum van de verlaging. Eiseressen, vier onderwijsstichtingen, voerden aan dat deze termijn onvoldoende was om de betrokken ID-medewerkers conform de geldende rechtspositieregeling en CAO PO 2009 te ontslaan.
De rechtbank stelde vast dat volgens de CAO PO 2009 en de bijbehorende rechtspositieregeling een ontslag wegens opheffing van de betrekking pas kan plaatsvinden nadat de functie één schooljaar in het risicodragend deel van de formatie (RDDF) is geplaatst. Dit betekent dat voor twee van de eiseressen het ontslag pas per 1 augustus 2012 mogelijk is en voor de andere twee pas per 1 augustus 2013, waardoor de termijn van ruim vijf maanden onredelijk kort is.
Verweerder had betoogd dat de eigen verantwoordelijkheid van de werkgevers voor het ontslagproces voorop staat en dat de termijn redelijk was. De rechtbank volgde dit niet en oordeelde dat de subsidieverlaging slechts met inachtneming van een redelijke termijn mag plaatsvinden, zodat de subsidieontvanger in staat wordt gesteld maatregelen te treffen om de gevolgen te ondervangen.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat de subsidie voor het resterende deel van de redelijke termijn moet worden verleend overeenkomstig de beleidsregels zoals die golden voor het besluit van 19 juli 2011. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en bepaalt dat de subsidie voor het resterende deel van de redelijke termijn moet worden verleend.