ECLI:NL:RBAMS:2012:BX4875
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- W.C.J. Robert
- H. van der Wilt
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering wegens medeplegen oplichting en verwaarlozing in Portugal
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 april 2012 de vordering tot overlevering van een vrouw aan Portugal op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Arrondissement Baixo Vouga. De opgeëiste persoon was in Portugal veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren met uitstel, gekoppeld aan een betalingsverplichting van €136.315,89 aan de benadeelde. De opschorting van de straf was later herroepen.
De verdediging voerde aan dat de overlevering geweigerd moest worden op grond van artikel 12 OLW Pro, omdat sprake zou zijn van een verstekvonnis en twijfel bestond over de aanwezigheid van de opgeëiste persoon bij de terechtzitting. De rechtbank oordeelde echter dat uit de verklaringen van de opgeëiste persoon blijkt dat zij wel degelijk aanwezig was bij de behandeling die tot het arrest van 17 mei 2006 leidde, waardoor de weigeringsgrond niet van toepassing is.
Daarnaast betwistte de verdediging de strafbaarheid van de feiten naar Nederlands recht. De rechtbank stelde vast dat de feiten, bestaande uit medeplegen van oplichting en het niet nakomen van een verzorgingsplicht, strafbaar zijn onder de artikelen 326 en 255 van het Wetboek van Strafrecht. De feiten zijn in Portugal en Nederland strafbaar gesteld en de strafmaat voldoet aan de vereisten voor overlevering.
De rechtbank wees de verzoeken tot heropening van het onderzoek af en stond de overlevering toe voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf op het grondgebied van Portugal. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Portugal toe voor de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van drie jaren.