ECLI:NL:RBAMS:2012:BX6265
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J.M. Breedveld-van Beeck Calkoen
- Rechtspraak.nl
Vordering erfgename tot betaling beëindigingsvergoeding na overlijden werknemer
De zaak betreft een vordering van de erfgename van een overleden werknemer tot betaling van een overeengekomen beëindigingsvergoeding. Werkgever en werknemer sloten een vaststellingsovereenkomst waarin de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 november 2011 zou eindigen, met vrijstelling van werk vanaf 1 juli 2011. De werknemer overleed echter op 11 augustus 2011, waarna de werkgever de vergoeding niet betaalde.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer met de beëindiging van het dienstverband heeft ingestemd en daarmee zijn verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst is nagekomen. De werkgever is gehouden tot betaling van de vergoeding, omdat uit de overeenkomst en het Sociaal Plan niet blijkt dat de vergoeding afhankelijk was van het daadwerkelijk bereiken van de einddatum 1 november 2011. Overlijden is een onvoorziene omstandigheid die niet voor rekening van de erfgename komt.
Daarnaast wordt de jubileumgratificatie toegekend op grond van het Sociaal Plan. De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden eveneens toegewezen. De vordering van de werkgever tot ontbinding van de overeenkomst wordt afgewezen. De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van de vergoeding, gratificatie, incassokosten en rente, en in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van beëindigingsvergoeding, jubileumgratificatie, incassokosten en rente aan erfgename.