ECLI:NL:RBAMS:2012:BX6307
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid vordering tot vernietiging arbitraal vonnis en termijnverlenging
In deze zaak vordert eiser tot vernietiging van arbitrale vonnissen die door het appelscheidsgerecht van de Raad van Arbitrage voor de Bouw zijn gewezen. De rechtbank beoordeelt in een incident of deze vordering ontvankelijk is, mede aan de hand van de termijnen zoals gesteld in artikel 1064 en Pro 1065 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Eiser stelt dat het appelscheidsgerecht niet aan zijn opdracht heeft voldaan, onder meer doordat het niet over alle gevorderde onderdelen heeft beslist. Hij heeft daarom tijdig een verzoek tot aanvullend vonnis ingediend, dat is afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de termijn voor het instellen van de vordering tot vernietiging op grond van het niet-beslissen over een onderdeel van het gevorderde, verlengd wordt met drie maanden na afwijzing van het verzoek tot aanvullend vonnis.
Voor andere gronden tot vernietiging geldt echter de reguliere termijn van artikel 1064 lid 3 Rv Pro, die inmiddels is verstreken. De rechtbank verklaart de vordering deels niet-ontvankelijk en wijst het verzoek af voor zover het ziet op andere gronden dan het niet-beslissen over een onderdeel van het gevorderde. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor nadere toelichting en verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis wordt deels toegewezen en deels afgewezen, met gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid van eiser.