ECLI:NL:RBAMS:2012:BX6323
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid vordering tot wijziging echtscheidingsconvenant wegens gezag van gewijsde
Partijen zijn ex-echtelieden die bij beschikking van 2 september 2009 zijn gescheiden en een echtscheidingsconvenant hebben opgesteld dat als herhaald en ingelast in de beschikking is opgenomen. De vrouw vordert wijziging van het convenant wegens een rekenfout, waarbij zij stelt dat de man overbedeeld is. De man voert verweer en stelt dat het convenant gezag van gewijsde heeft verkregen, waardoor de vrouw niet ontvankelijk is in haar vordering.
De kantonrechter onderzoekt of het convenant, opgenomen in de beschikking, een beslissing betreft die gezag van gewijsde kan verkrijgen. Hierbij wordt verwezen naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het gerechtshof, waarin is bepaald dat een dergelijke beschikking in beginsel een executoriale titel verschaft, maar dat afspraken over de verdeling van de huwelijksgemeenschap als beslissing kunnen gelden die gezag van gewijsde verkrijgt.
De kantonrechter oordeelt dat het convenant, voor zover het de verdeling van de huwelijksgemeenschap betreft, inderdaad gezag van gewijsde heeft verkregen. Dit betekent dat de vrouw niet ontvankelijk is in haar vordering tot wijziging van het convenant. De overige verweren blijven onbesproken en de proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: De vrouw wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vordering tot wijziging van het echtscheidingsconvenant wegens gezag van gewijsde.