ECLI:NL:RBAMS:2012:BX9536
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering op grond van niet voldoen aan artikel 2 OLW bij Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan de Duitse autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Staatsanwaltschaft Osnabrück. De opgeëiste persoon was voorafgaand aan de behandeling van het EAB door de rechtbank persoonlijk verschenen bij de Duitse strafzaak die ten grondslag ligt aan het EAB. Na deze zitting hebben de Duitse autoriteiten hem zonder nader verhoor heengezonden en aangekondigd dat de behandeling van de strafzaak over drie weken wordt voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat hierdoor niet meer kan worden gesproken van een geldig nationaal aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke beslissing zoals vereist in artikel 2, tweede lid, van de Overleveringswet (OLW). De situatie werd gelijkgesteld aan een schorsing of intrekking van het nationale aanhoudingsbevel, aangezien de Duitse autoriteiten het bevel niet hebben uitgevoerd en geen voorlopige hechtenis hebben bevolen.
De verdediging stelde dat de aanwezigheid van de opgeëiste persoon bij de Duitse zitting en het feit dat het EAB formeel niet was ingetrokken, reden waren om overlevering te weigeren. De officier van justitie betwistte dit en verzocht om onmiddellijke uitspraak. De rechtbank besloot de overlevering te weigeren omdat het EAB niet voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en overlevering in strijd is met het doel van het EAB.
De uitspraak werd gedaan op 17 juli 2012 door de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland wegens niet voldoen aan artikel 2, tweede lid, van de Overleveringswet.