ECLI:NL:RBAMS:2012:BX9624
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- J.O. Rutten
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van verdachte aan Polen voor uitvoering vrijheidsstraf
De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 juli 2012 het verzoek tot overlevering van een verdachte aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Regionale Rechtbank te Radom. De verdachte is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van twee jaar en zes maanden, waarvan nog ruim een jaar resteert.
De verdediging voerde aan dat het EAB niet voldeed aan de vereisten van de Overleveringswet, met name omdat niet duidelijk was voor welke vonnissen overlevering werd verzocht. De rechtbank oordeelde echter dat uit de stukken voldoende bleek dat het EAB betrekking had op twee eerdere vonnissen die samen de opgelegde straf vormden.
Verder stelde de verdediging dat de Nederlandse detentie niet altijd wordt afgetrokken van de Poolse straf en verzocht om dit expliciet in het vonnis op te nemen. De rechtbank wees dit verzoek af, verwijzend naar het vertrouwensbeginsel tussen lidstaten en artikel 26 van Pro het Kaderbesluit, dat voorschrijft dat detentie in de uitvoerende staat wordt afgetrokken.
De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn, waardoor de overlevering wordt toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de uitvoering van de vrijheidsstraf.