ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0012
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs belediging en aanzetten tot discriminatie homoseksuelen
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het beledigen van homoseksuelen en het aanzetten tot discriminatie van deze groep. De tenlastelegging betrof uitlatingen gedaan tijdens en na een verkiezingsbijeenkomst in februari 2010, die via een lokale televisiezender werden uitgezonden.
De officier van justitie stelde dat de uitlatingen beledigend waren en aanzetten tot discriminatie inhielden, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte de woorden heeft gebruikt, de selectie van uitlatingen door de omroep een verward en onsamenhangend beeld gaf, waardoor het beledigende karakter en het aanzetten tot discriminatie niet overtuigend bewezen konden worden.
De rechtbank concludeerde dat verdachte mogelijk niet de gehele groep homoseksuelen bedoelde, maar een subgroep van zogenoemde agressieve of dominante homofielen, en dat er geen dwingend bewijs was dat hij de gehele groep beledigde of tot discriminatie aanzette. Ook de context van het interview en de bredere uitlatingen maakten het beeld minder helder.
Daarom verklaarde de rechtbank de tenlastelegging niet bewezen en sprak verdachte vrij van de beschuldigingen van belediging en aanzetten tot discriminatie van homoseksuelen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van belediging en aanzetten tot discriminatie wegens onvoldoende bewijs.