ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0150
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over dekking en verjaring bij schade aan verzinkinstallatie door constructiefout
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres], exploitant van een verzinkfabriek, en haar verzekeraars over de dekking en vergoeding van schade aan een inductieoven in de productielijn. De schade is veroorzaakt door een constructiefout die leidde tot scheurvorming en lekkages. [eiseres] vordert vergoeding van materiële schade en bedrijfsschade onder de machinebreuk- en bedrijfsschadeverzekeringen.
De verzekeraars stelden onder meer dat de vordering verjaard was, dat er sprake was van te late melding en verzwijging van relevante feiten, en dat de schade was uitgesloten wegens geleidelijk werkende invloeden en kosten van voorlopige herstellingen. De rechtbank oordeelde dat de vordering niet verjaard is omdat de verjaringstermijnen tijdig zijn gestuit en dat de melding niet te laat was, aangezien verzekeraars onvoldoende hebben onderbouwd dat zij hierdoor in hun belangen zijn geschaad.
Verder stelde de rechtbank vast dat de schade het gevolg is van een constructiefout, waardoor deze niet valt onder de uitsluiting van geleidelijk bederf. De schade wordt daardoor gedekt als plotseling en onvoorzien. Ook werd geoordeeld dat de schades als één gebeurtenis moeten worden beschouwd, zodat éénmaal het eigen risico geldt. De rechtbank wees het beroep op verzwijging af omdat niet is gebleken dat [eiseres] relevante feiten had moeten melden. Ten slotte werd de omvang van de schade vastgesteld op basis van een rapport dat door verzekeraars is geaccepteerd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de schade door constructiefout gedekt is en de vordering niet verjaard of vervallen is, en wijst het beroep van verzekeraars op verjaring, te late melding en verzwijging af.