ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1118
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens overtreding verbod straathandel drugs en nepdope in Amsterdam
Op 5 januari 2012 hield verdachte zich op de openbare weg in Amsterdam op met het doel om middelen als bedoeld in de Opiumwet of daarop gelijkende waar te koop aan te bieden. Verdachte ontkende zich het feit te herinneren vanwege dronkenschap. De kantonrechter achtte het bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.
Verdachte voerde aan dat de APV-bepalingen onverbindend zijn omdat zij de strafbepalingen van de Opiumwet dupliceren, verwijzend naar een uitspraak van de Raad van State over het blowverbod. De rechtbank oordeelde echter dat het verbod in artikel 2.7 APV 2008 een ander motief heeft, namelijk bescherming van de openbare orde, en dus naast de Opiumwet kan bestaan.
De kantonrechter veroordeelde verdachte tot een geldboete van €750, te vervangen door 15 dagen hechtenis bij niet-betaling, met een voorwaardelijke hechtenisstraf van €500 subsidiair 10 dagen en een proeftijd van twee jaar. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter H.M. Patijn op 24 oktober 2012.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €750, te vervangen door 15 dagen hechtenis bij niet-betaling wegens overtreding van artikel 2.7 lid 2 APV Amsterdam 2008.