ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1826
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit toeslag WWB wegens onjuiste beleidsinvulling door gemeente Amsterdam
Eiser heeft een WWB-uitkering aangevraagd die aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar werd hem een uitkering toegekend met een toeslag van 10%, omdat hij inwonend was bij zijn ouders. Eiser stelde dat hij recht had op een toeslag van 20% conform de Verordening, omdat hij een vergoeding betaalde voor het gebruik van een deel van de woning.
De rechtbank oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders niet bevoegd is om categorieën uit te sluiten van de toeslag van 20%, omdat deze bevoegdheid exclusief bij de gemeenteraad ligt volgens artikel 30, eerste lid, van de WWB. Het beleid van het college, dat kinderen en ouders categorisch uitsluit vanwege het ontbreken van een commerciële relatie, is daarmee onrechtmatig.
Wel achtte de rechtbank het beleid van het college passend binnen het criterium van artikel 3, zevende lid, van de Verordening dat een vergoeding van minimaal €150 per maand moet worden betaald. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf het college zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser de kans moet krijgen aan te tonen dat sprake is van een commerciële relatie.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. Het beroep tegen het eerdere besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de beleidsvrijheid van de gemeenteraad.