ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2937
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling vader en minderjarige in belang van kind
De zaak betreft een verzoek van Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland tot wijziging van een omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige dochter, die onder toezicht is gesteld en uit huis geplaatst bij pleegouders. De oorspronkelijke omgangsregeling uit 2008 bepaalde omgang eens per zes weken bij de grootouders vaderszijde. In 2011 werd deze regeling gewijzigd tot begeleide omgang eens per twee maanden op neutraal terrein.
Tijdens de zitting op 29 augustus 2012 zijn de belangen van alle partijen gehoord, waaronder de vader, moeder, pleegouders, Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad adviseerde geen omgangsregeling vast te stellen, vanwege de drukte in het leven van het kind en onduidelijkheid over de rol van volwassenen. De vader wenst echter de omgang op te bouwen en erkent dat zijn dochter bij de pleegouders blijft wonen.
De kinderrechter oordeelt dat de omgangsregeling uit 2008 moet worden gewijzigd en stelt een regeling vast waarbij driemaal per jaar onbegeleide omgang plaatsvindt gedurende twee dagen bij de grootouders vaderszijde. De dagen worden in overleg met Bureau Jeugdzorg, pleegouders en vader vastgesteld. De beslissing is gebaseerd op het belang van het kind, waarbij rekening is gehouden met de wensen van de vader, de situatie bij de pleegouders en het advies van de Raad.
Uitkomst: De omgangsregeling wordt gewijzigd en vastgesteld op driemaal per jaar onbegeleide omgang bij de grootouders vaderszijde.