ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3806
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.H. van Benthem
- J.W. Vriethoff
- H.T. Masmeyer
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering voor tenuitvoerlegging gevangenisstraf na overname Duitse strafzaak door Oostenrijk
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een persoon aan Oostenrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van zeven jaar, oorspronkelijk opgelegd door een Duitse rechtbank. De opgeëiste persoon had verzocht om de strafzaak over te nemen door Oostenrijk, waar de straf ten uitvoer moest worden gelegd.
De verdediging voerde aan dat de overlevering geweigerd moest worden op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW), omdat de opgeëiste persoon niet in persoon aanwezig zou zijn geweest bij de Duitse strafzitting. De rechtbank oordeelde echter dat de opgeëiste persoon wel degelijk op de hoogte was van het Duitse vonnis, dat hij een advocaat had en dat hij zelf had ingestemd met de overname van de strafzaak door Oostenrijk. Tevens was er een beroepsmogelijkheid tegen de overname, die niet was benut.
De rechtbank stelde vast dat de Oostenrijkse autoriteiten bij de overname artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in acht hadden genomen. De opgeëiste persoon had ook de mogelijkheid gehad om klachten in te dienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar had dit niet gedaan. Gezien deze omstandigheden was artikel 12 OLW Pro niet van toepassing en stond niets de overlevering in de weg.
De rechtbank concludeerde dat de overlevering toegestaan moest worden en dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Oostenrijk toe voor de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf.