ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3819
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over eigenrisicodragerschap WGA en motiveringsgebrek bij besluit UWV
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of eiser als eigenrisicodrager voor de WGA-uitkering van een ex-werkneemster kan worden aangemerkt. De rechtbank verwijst naar eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd op basis van welke omstandigheden en wetsartikelen eiser als eigenrisicodrager wordt gezien.
Het UWV heeft nadien een brief gestuurd met uitleg en relevante wetsartikelen, maar de rechtbank acht deze informatie niet toereikend om het motiveringsgebrek volledig te herstellen. Er ontbreekt essentiële informatie over de voortzetting of beëindiging van het eigenrisicodragerschap na 2002, waaronder de status van een garantverklaring van een verzekeraar die mogelijk niet meer bestaat.
De rechtbank benadrukt dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht een zorgvuldig onderzoek moet verrichten en daarom nader onderzoek moet doen, onder andere bij de belastingdienst en inspecteur, om het eigenrisicodragerschap adequaat te kunnen beoordelen.
Gezien het belang van een spoedige en volledige afhandeling, stelt de rechtbank het UWV in de gelegenheid om binnen zes weken het gebrek te herstellen. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden. Partijen kunnen tegen deze tussenuitspraak geen hoger beroep instellen, alleen gelijktijdig met de einduitspraak.
Uitkomst: Het UWV krijgt zes weken om het motiveringsgebrek in het besluit te herstellen; verdere beslissing wordt aangehouden.