ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6638
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.J. Koene
- W.H. van Benthem
- H.T. Masmeyer
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor poging zware mishandeling en diefstal
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Roemeense autoriteiten. De opgeëiste persoon is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, die voortkomt uit vier eerdere veroordelingen. De verdediging stelde dat overlevering slechts mocht worden toegestaan voor het feit van het voorhanden hebben van een mes, omdat dit feit volgens Nederlands recht niet leidt tot een gevangenisstraf van twaalf maanden of meer.
De officier van justitie betoogde dat de Roemeense strafwet de straffen samenvoegt tot de zwaarste straf, waardoor de totale straf drie jaar bedraagt. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat de overlevering toelaatbaar is voor de feiten die leiden tot een gevangenisstraf van ten minste twaalf maanden, namelijk poging tot zware mishandeling en diefstal door inklimming. Voor de feiten van rijden zonder rijbewijs en het ongeoorloofd verlaten van de plaats van een ongeval werd de overlevering geweigerd vanwege het ontbreken van dubbele strafbaarheid met een minimale straf van twaalf maanden.
De rechtbank stelde vast dat de opgeëiste persoon Roemeense nationaliteit heeft en dat de identiteit correct was vastgesteld. De overlevering wordt toegestaan voor het gedeelte van de straf dat betrekking heeft op de poging tot zware mishandeling en diefstal, maar geweigerd voor de overige feiten. De rechtbank kon niet bepalen welk deel van de straf aan welk feit toebehoort, wat aan de Roemeense autoriteiten wordt overgelaten. De uitspraak is definitief en staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Overlevering wordt toegestaan voor poging zware mishandeling en diefstal, maar geweigerd voor rijden zonder rijbewijs en verlaten plaats ongeval.