ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6919
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbeslag en dwangsommen bij niet-naleving omgangsregeling
Partijen zijn gescheiden en hebben een zoon. De rechtbank stelde een omgangsregeling vast waarbij de vrouw verplicht was medewerking te verlenen, met dwangsommen bij niet-naleving. De vrouw heeft niet aan deze verplichting voldaan en daardoor dwangsommen van maximaal €15.000,- verbeurd. De man legde loonbeslag onder de vrouw om deze dwangsommen te incasseren.
De vrouw stelde dat het loonbeslag misbruik van recht is omdat zij hierdoor niet meer in de behoefte van de zoon kan voorzien en verzocht om wijziging van de bijdrage of opheffing van het loonbeslag. De rechtbank oordeelde dat het loonbeslag niet leidt tot een noodtoestand die misbruik van recht oplevert en dat de man bevoegd is de dwangsommen te executeren.
Wel werd geoordeeld dat het loonbeslag de draagkracht van de vrouw jegens de zoon vermindert, zodat de man maandelijks €313,- extra moet bijdragen zolang het loonbeslag voortduurt. Deze bijdrage kan worden verrekend met een vermindering van het loonbeslag, waardoor de vrouw voldoende middelen behoudt om in de behoefte van de zoon te voorzien. De overige vorderingen van de vrouw werden afgewezen.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot maandelijkse betaling van €313,- aan de vrouw zolang het loonbeslag voortduurt, met mogelijkheid tot verrekening door vermindering van het loonbeslag.