ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7038
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A. Dudok van Heel
- M.W. van der Veen
- H.C. Bijleveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in strafrechtelijk onderzoek naar FCIB en betrokken vennootschappen
In deze civiele procedure verzochten een verdachte en aan hem gelieerde vennootschappen de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten tegen de Staat en De Nederlandsche Bank (DNB). Het verzoek betrof feiten die onderdeel uitmaken van een lopend strafrechtelijk onderzoek naar vermeende witwaspraktijken en bancaire overtredingen door FCIB en aanverwante ondernemingen.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers 2 tot en met 5 niet-ontvankelijk zijn wegens het ontbreken van een rechtmatig belang, terwijl verzoekers 1 (TWOCC) en 6 ([A]) alleen ontvankelijk zijn ten aanzien van de Staat, niet ten aanzien van DNB. De rechtbank benadrukte dat zolang er geen onherroepelijke strafrechtelijke uitspraak is, het primaat bij de strafrechter ligt en de civiele rechter zich moet onthouden van bemoeienis om doorkruising van het strafproces te voorkomen.
De rechtbank wees het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor af omdat het feitencomplex nog onder het strafrechtelijke primaat valt en het verzoek als voorbarig en misbruik van procesrecht werd aangemerkt. Ook het beroep op eerdere jurisprudentie kon niet baten vanwege de verschillen in casus en omstandigheden.
Ten slotte werd het verzoek tot het overleggen van het volledige FIOD-journaal op grond van artikel 22 Rv Pro afgewezen. Verzoekers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen; verzoekers 2 t/m 5 en verzoekers 1 en 6 ten aanzien van DNB niet-ontvankelijk verklaard.