ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7231
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen dwangbevel terugvordering bijstand wegens gebrek aan bevoegdheid en noodtoestand
Eiseres, dochter van een bijstandsgerechtigde moeder, werd geconfronteerd met een dwangbevel tot terugbetaling van € 37.674,67 wegens niet gemelde inkomsten en een gift van haar moeder. De gemeente had een fraudeonderzoek ingesteld naar de moeder, die een bedrag van € 159.000,- zonder medeweten van de aangever had ontvangen. Een deel van dit bedrag, € 40.000,-, werd door de moeder op de rekening van eiseres gestort.
Eiseres voerde aan dat zij geen deel uitmaakte van het gezin, minderjarig was bij ontvangst van het geld, het bedrag volledig had besteed en niet wist van de uitkering van haar moeder. Zij stelde dat het dwangbevel onterecht was en dat de gemeente op grond van beleidsregels van terugvordering had moeten afzien. De rechtbank stelde vast dat het dwangbevel gebaseerd was op een onherroepelijk terugvorderingsbesluit en dat het nieuwe recht van de vierde tranche Awb van toepassing was, waardoor verzet tegen het dwangbevel niet mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat het dwangbevel niet berustte op een juridische of feitelijke misslag en dat er geen noodtoestand aan de zijde van eiseres was gebleken. De enkele stelling dat eiseres geen middelen had, was onvoldoende onderbouwd. Ook de vordering tot vermindering van het terug te vorderen bedrag faalde omdat het verhaalsbesluit niet ten grondslag lag aan het dwangbevel. De rechtbank wees het verzet af en veroordeelde eiseres in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.