ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7240
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding boete wegens niet-woordelijke opname kettingbeding in huurovereenkomst
De rechtbank Amsterdam behandelde een civiele zaak tussen [A] c.s. en Stichting Piedra SO over de toepassing van een kettingbeding in de leveringsakte van een pand te Amsterdam. Het kettingbeding verbiedt het gebruik van het pand als hotel en verplicht tot opname van dit beding in huurovereenkomsten, onder dreiging van hoge boetes.
[A] c.s. stelde dat Stichting Piedra SO het pand als hotel heeft doen gebruiken door het te verhuren aan Studio 14 B.V. i.o., waarna onderhuurders het pand hotelmatig exploiteerden. Stichting betwistte dit en voerde aan dat het enkele verhuren niet gelijkstaat aan het doen gebruiken als hotel. De rechtbank oordeelde dat het enkele verhuren niet voldoende is om de boete wegens het doen gebruiken als hotel op te leggen, mede omdat de huurovereenkomst een verbod op ander gebruik dan woonverblijfsinrichting bevat.
Subsidiair stelde [A] c.s. dat Stichting een boete van €1.000.000 verschuldigd is wegens het niet woordelijk opnemen van het kettingbeding in de huurovereenkomst. Dit werd door Stichting niet weersproken. De rechtbank overwoog dat matiging van de boete niet op zijn plaats is, omdat het doel van het kettingbeding niet wordt bereikt zonder woordelijke opname en het ontbreken daarvan de kans op strijdig gebruik vergroot.
De rechtbank veroordeelde Stichting tot betaling van €1.000.000 boete, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 9 november 2011, en wees de primaire vordering tot betaling van €4.095.000 wegens het doen gebruiken als hotel af. De vrijwaringsvordering van Stichting tegen Warmoezier werd afgewezen en Stichting werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Stichting Piedra SO is veroordeeld tot betaling van een boete van €1.000.000 wegens het niet woordelijk opnemen van het kettingbeding in de huurovereenkomst.